Maar ja, wat kan
je doen als potlood? Het antwoord in zijn geval, jammer genoeg, was wat gaan
rondhangen bij de andere schrijfgereedschappen. Ik zeg wel “jammer genoeg”
omdat hij van hun aanwezigheid eigenlijk niets kon opsteken. De meesten zagen
het leven als een kleurrijk gegeven, maar Potlood zag alles maar grauw en grijs
in. Hun gesprekken vielen toch maar op dovemansoren, ondanks de beste wil van
enkelen onder hun. Zo was de vierkleurige balpen een hele hulp geweest voor een
tijdje, maar het destructieve gedrag van Potlood, die zich liever keer op keer
leek te laten slijpen, maakte hem zo moedeloos.
Op een dag
besloot Potlood een ontmoetingsplaats voor kantoorartikelen te bezoeken, een
soort singles bar voor schrijfbehoeften.
Hij had de deur
van het drieste etablissement nog maar net achter zich toegegooid, of hij had
al meteen de geladen atmosfeer in zich opgenomen. In de uiterst fletse
donkerrode slecht verlichtte plaats kon hij, eens zijn grafieten oogjes zich
aan de omgeving hadden aangepast, in de verste uithoek Schaar waarnemen, die
alleen aan een tafel zat. Ook Lijmpot, Vilstift en Nietje waren van de partij
en zaten met hun gedrieën een op het eerste zicht gezellig spelletje te spelen.
Potlood had geen
zin om met wie dan ook contact te zoeken en zette zich zo goed dat ging op een
barkruk. De barpaperclip vroeg hem of hij iets wou drinken, misschien een
glaasje lood of zo. Er was er maar één die hiermee hard kon grinniken en dat
was niet Potlood.
Zo zat hij daar
gans de avond, helemaal alleen, soms opgeschrikt door het geluid van een wakker
wordende Perforator of Elastiekje dat uitbundiger leek te worden naarmate de
avond zich verder rekte.
Doch plots opende
de voordeur van het café zich wagenwijd en een schitterend glanzend maagdelijk
wit blad papier leek vanzelf binnen te dwarrelen.
Alle geluid
stopte voor een moment, maar de meesten gingen na een korte pauze onverdroten
met hun eigen zaken verder.
Maar niet
Potlood. Die zat als een gehypnotiseerde naar het blad papier te staren. Hij
voelde zijn stift binnenin zijn houten omhulsel daveren van opwinding. Nog
nooit had hij zo’n prachtig wit papieren blad gezien en dan nog wel van een
absoluut perfect A4 formaat ook nog.
Die aandacht was
niet aan Papier onopgemerkt voorbij gegaan en met rasse vouwen stapte zij op
Potlood toe.
Ze zette zich
naast hem neer, op een omgekeerde punaise, en bestelde een Ontnieter, blijkbaar een potent drankje tegen vergelende ezelsoren.
De twee kwamen
eerst haperend, dan vlot in het gesprek. Het ging aanvankelijk over alledaagse
dingen, zoals de laatste snelhechter trends, maar algauw bloeide er blijkbaar
toch iets tussen die twee en een schijnbaar onschuldige verwijzing naar
stempelkussens was niet totaal onopgemerkt aan Potlood voorbij gegaan.
Ze besloten
mekaar terug te zien.
En zo gebeurde
het: een wederzijdse interesse groeide uit tot een echte affectie tussen die
twee. Ze hadden mekaar eindelijk gevonden – potlood kriebelde en kribbelde erop
los: assonanties, alliteraties, vers in hexameters, sonnetten, rondelen,
enjambementen, ollekebollekes, kwatrijnen, stanza’s en traktaten over de metafysieke
implicaties van Planck’s kwantum mechanica.
Potlood danste,
gleed, wreef, kerfde, streelde, streek, rolde, ruisde, krulde, kriebelde,
koosde, aaide, masseerde de zachtglooiende plooien van de ruime witte
hardgeworden ex-pulpmassa die een zo onherkenbare bevalligheid had aangenomen.
De transformatie van knoertige boomstam naar bekoorlijk velletje vezelhoudend
materiaal had in dit exemplaar zijn hoogste perfectie bereikt.
Zoals in elk
verhaal dat een dramatische wending wil vinden, kwam ook aan dit geluk een
plots einde...Geluk van anderen brengt nu eenmaal een flinke dosis jaloezie met
zich mee.
Zo verscheen op
een dag de gevreesde...Gom op het toneel. Hoezeer Papier ook haar best deed om
zich te verschuilen, het mocht niet baten. De schaamteloze eradicatie van
zoveel moois op het onschuldige blad kwam neer op de meest walgelijke
verkrachting. Potlood moest met lege ogen toezien hoe Gom zijn mooiste verzen
uitveegde alsof het een smet betrof die moest worden uitgeroeid.
Hoe lang deze
cultuurbarbarij duurde, wist niemand. Ach, wat doet het er uiteindelijk ook
toe: het kwaad was immers geschied.
Uit pure wanhoop
kan echter ook nieuwe liefde ontstaan, de kiemen van een nieuw begin. En met
die vernieuwde hoop begon Potlood met vernieuwde moed het volgende verhaal te
noteren op het gehavende blad van Papier:
“Potlood zag het
leven – zijn leven – niet meer zitten. Er was gewoon geen punt meer aan te
krijgen, zo dacht hij. Moedeloos flaneerde hij van links naar rechts in zijn
pennezak tot hij zich uitgeput in zijn volle lengte liet neerploffen, tussen de
massa kleurstiften. Hij was het gewoon beu geworden om steeds weer dezelfde
dingen te moeten noteren: boodschappenlijstjes, rekensommetjes,
boekhouding...dag na dag dezelfde doffe zinneloosheid....”
